De dermacentor teek, die de voor honden dodelijke ziekte babesiose overbrengt, blijkt zich permanent en wijdverbreid in ons land te hebben gevestigd. Bovendien draagt de ’hondenkillerteek’ ook voor mensen een schadelijke bacterie bij zich.
Dit zijn de eerste conclusies van een onderzoek van een team van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht onder leiding van prof.dr. F. Jongejan, hoogleraar tropische dierziekten.
Jongejan is het onderzoek, met financiële steun van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde, begonnen nadat maar liefst vier honden in Den Haag en Arnhem dood gingen nadat ze door de dermacentor teek waren gebeten. Ook werden enkele tientallen honden door heel het land ernstig ziek. Zij konden op het nippertje van een tragische dood worden gered omdat er adequaat werd ingegrepen.
„De dierenartsen zijn door ons op de hoogte van de aanwezigheid van deze van oorsprong tropische teek in ons land. Daarom kunnen zieke honden nu bij de eerste verschijnselen worden behandeld en hoeft het voor honden of vee niet altijd dodelijk te zijn”, legt Jongejan uit. Honden die van de teek babesiose hebben gekregen worden lusteloos, kunnen bloed plassen en krijgen hoge koorts.
De hoogleraar heeft bij alle dierenartsen in ons lang het verzoek neergelegd om verwijderde teken naar hem op te sturen.
"We hebben er inmiddels vierduizend binnen uit heel het land. Daar zitten uiteraard de gewone ixodes ricinusteken bij die al in Nederland voorkwam. Maar naast de dermacentor vinden we nog meer tropische soorten. Deze onderzoeken we allemaal op de aanwezigheid van parasieten en bacteriën om te kijken in hoeverre ze schadelijk zijn voor mens en dier." Bron: De Telegraaf
Utrecht, januari 2006
Faculteit der Diergeneeskunde,
In november 2005 is door een team onder leiding van Professor Jongejan op de grens van West Brabant en Zeeland een groot aantal Dermacentor reticulans teken ontdekt. De teken zitten zowel op de vegetatie als op rundvee, pony's en paarden die gehouden worden in verschillende natuurgebieden.
Sinds mei 2005 is de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, gesubsidieerd door de Groep Geneeskunde Gezelschapsdieren van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, de Nederlandse tekenpopulatie in kaart aan het brengen. Aanleiding voor het project zijn 23 gevallen van autochtone babesiose, waarvan vier fataal, bij honden in Den Haag, Arnhem in 2004. Deze gevallen waren geassocieerd met de vector-teek Dermacentor reticulatus.
Dierenartsenpraktijken door het hele land hebben tot op heden al meer dan 2000 teken van honden verwijderd en opgestuurd voor determinatie. Naast vooral Ixodes ricinus blijkt ook Ixodes hexagonus, Ixodes canisuga en Rhipicephalus sanguineus voor te komen. Begin november werd een aantal Dermacentor teken gevonden op honden die kort daarvoor in Zeeland waren geweest.
Met de hulp van dierenarts Jansen van dierenkliniek Steenbergen zijn in een verwilderd weiland in Sint Philipsland en in verschillende natuurgebieden in het westen van Brabant honderden volwassen Dermacentor reticulatus teken verzameld. Hiermee is bewezen dat de teek zich permanent in Nederland heeft gevestigd en rijst de vraag of de teek ook elderds in het land aanwezig is.
Babesia canis
Babesia canis ontwikkelt zich uitsluitend in de rode bloedcellen van de hond. De incubatietijd varieert van één tot twee weken. In het acute stadium worden de volgende verschijnselen waargenomen: lusteloosheid, gebrek aan eetlust, hoge koorts, versnelde pols en ademhaling. Zonder behandeling kan geelzucht, vergroting van de milt en vergrootte lymfeklieren ontstaan en in ernstige gevallen nierfalen en shock. In de acute fase kan de diagnose worden gesteld aan de hand van een bloeduitstrijkje, in meer chronische gevallen bieden andere bloedtesten houvast.